Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde sub 1] en
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord.
2.De feiten
grief 1stelt Overvast dat de kantonrechter bij de vaststelling onder 1.5 ten onrechte niet heeft vermeld dat vóór 2009 ook een zoon van vrienden van [geïntimeerde sub 1] in het gehuurde heeft gewoond en dat de achtereenvolgende bewoning door de twee neven van [geïntimeerde sub 1] langer heeft geduurd dan circa één maand respectievelijk drie tot vier weken. De bewoning door een zoon van vrienden van [geïntimeerde sub 1] is door [geïntimeerden] niet betwist ( [geïntimeerde sub 1] heeft dit bovendien zelf geschreven in een ongedateerde reactie op een brief van Overvast van 1 mei 2017) en staat dus vast. Dat de bewoning door de neven van [geïntimeerde sub 1] langer heeft geduurd dan de kantonrechter heeft vastgesteld, staat niet vast omdat dit door [geïntimeerden] is betwist. Voor het overige zijn de door de kantonrechter opgesomde feiten niet in geschil en dienen zij derhalve ook het hof tot uitgangspunt.
3.De beoordeling
uw zoon is. U verblijft 2 à 3 maanden per jaar in Nederland en om deze reden bewoond uw zoon dan de woning. (…) Heeft u wellicht ook een telefoonnummer van uw zoon (…)? Omdat u gedurende het jaar vaak in het buitenland verblijft is het voor de beheerder prettiger als hij ook uw zoon kan bellen in het geval van een calamiteit.”
grieven 2 tot en met 6kunnen gezamenlijk worden besproken omdat zij alle inhouden dat de kantonrechter ten onrechte de vorderingen van Overvast heeft afgewezen en Overvast in de kosten heeft verwezen.
beweert ruzie met u gehad te hebben over uw kat, wat is daarop uw reactie?