ECLI:NL:GHAMS:2019:2362
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs wederrechtelijkheid bij zware mishandeling
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van zware mishandeling van een slachtoffer in een discotheek te IJmuiden.
De tenlastelegging betrof het mishandelen van het slachtoffer door een klap in het gezicht, met als gevolg een gebroken neus. Het bewijs bestond vrijwel geheel uit getuigenverklaringen van vrienden van zowel verdachte als slachtoffer, die echter tegenstrijdige versies van de gebeurtenissen gaven.
Het hof stelde vast dat het onduidelijk was wie de agressor was en of verdachte handelde uit noodweer. Door het ontbreken van concrete aanwijzingen om de ene versie boven de andere te prefereren, leidde dit tot een bewijspatstelling. Daarom sprak het hof verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs van wederrechtelijkheid.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd afgewezen omdat verdachte niet schuldig werd bevonden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor wederrechtelijkheid van zware mishandeling.