Uitspraak
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Verdere beoordeling
3.Beslissing
€ 12.861,97 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 april 2017 tot de dag der algehele betaling;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond een geschil tussen werkgever Pidoux Beheer B.V. en werknemer centraal over de inhoud van de arbeidsovereenkomst, met name de hoogte van het loon en de transitievergoeding. De werkgever betwistte de juistheid van de door werknemer overgelegde arbeidsovereenkomst en stelde dat de tekst van het contract niet overeenkomt met het door partijen ondertekende document.
Het hof heeft in een tussenbeschikking geoordeeld dat de bewijslast voor de afwijkende tekst bij de werkgever rust en dat de werkgever voorshands in het gelijk werd gesteld. Werknemer mocht tegenbewijs leveren, maar slaagde daar niet in, mede op basis van getuigenverklaringen en digitaal onderzoek van het contractbestand. De verklaring van de salarisadministrateur droeg niet bij aan het tegenbewijs.
Uiteindelijk oordeelde het hof dat de arbeidsovereenkomst pas in februari 2016 digitaal was opgesteld en dat de stelling van werknemer dat het contract al in februari 2015 was getekend niet juist was. Hierdoor werd de loonvordering afgewezen en werd de transitievergoeding berekend op basis van een lager salaris van €2.342,80 bruto per maand plus 8% vakantiegeld, wat neerkomt op €12.861,97 bruto. Tevens werd werknemer veroordeeld in de kosten van eerste aanleg en hoger beroep. De beschikking werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Loonvordering afgewezen, transitievergoeding van €12.861,97 bruto toegekend op basis van lager vastgesteld salaris.