Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
18 juni 2019inzake
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd van 1984 tot 2006. De man was verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. Na het overlijden van de heer X in 2012 erfde de vrouw een woning met hypotheekrecht, waarvan zij de man niet op de hoogte stelde. De man stelde dat de alimentatieplicht moest eindigen vanwege het geërfde vermogen en het ontbreken van behoeftigheid.
De rechtbank had eerder de alimentatieplicht niet beëindigd, maar het hof vernietigde deze beslissingen na verwijzing van de Hoge Raad. Het hof oordeelde dat het geërfde vermogen en de gewijzigde omstandigheden een relevante wijziging vormen die een herbeoordeling van de behoefte en draagkracht rechtvaardigen.
Het hof stelde de alimentatie vast op €1.855 bruto per maand vanaf 1 februari 2012 en €484 bruto per maand van 1 augustus 2014 tot 31 oktober 2014, daarna nihil. Tevens werd vastgesteld dat de vrouw €60.404 te veel aan alimentatie had ontvangen en dit bedrag aan de man dient terug te betalen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt aangepast rekening houdend met geërfd vermogen en de vrouw moet €60.404 te veel ontvangen alimentatie terugbetalen.