ECLI:NL:GHAMS:2019:2045

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2019
Publicatiedatum
19 juni 2019
Zaaknummer
200.162.807/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:297 lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel comparitie over voortzetting geschil beëindiging huurovereenkomst Jamavi Fastfood tegen Victoria Hotel

In deze zaak tussen Jamavi Fastfood B.V. en Victoria Hotel C.V. gaat het om een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst. Na een eerder tussenarrest van 19 maart 2019 is Victoria Hotel in de gelegenheid gesteld haar vordering tot beëindiging in te trekken, waarop Jamavi heeft gereageerd met een akte en producties. Victoria Hotel heeft hierop geantwoord, waarna het hof arrest heeft gevraagd.

Het hof overweegt dat de huurovereenkomst nog niet daadwerkelijk is beëindigd en ziet aanleiding om een comparitie te gelasten. Tijdens deze comparitie kunnen partijen hun standpunten nader toelichten, ook over de vraag of het hof moet terugkomen op de eerdere beslissing tot beëindiging van de huurovereenkomst.

Het hof bepaalt dat partijen, al dan niet vertegenwoordigd, met hun advocaten zullen verschijnen op een nader te bepalen datum. Tevens worden partijen verzocht hun beschikbaarheid door te geven en eventuele nieuwe bewijsstukken tijdig in te dienen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na de comparitie.

Uitkomst: Het hof bepaalt een comparitie en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.162.807/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 1415238 / CV EXPL 13-5173
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juni 2019
inzake
JAMAVI FASTFOOD B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. M. Dekker te Purmerend,
tegen
VICTORIA HOTEL C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.P. van Lochem te Amsterdam.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna opnieuw Jamavi en Victoria Hotel genoemd.
Voor het eerdere verloop van de zaak wordt verwezen naar het tussenarrest van 19 maart 2019. In dat tussenarrest is Victoria Hotel in verband met het bepaalde in artikel 7:297 lid 2 BW Pro in de gelegenheid gesteld desgewenst haar vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst in te trekken. Daarna is door Jamavi een akte, met producties, ingediend, waarop Victoria Hotel bij antwoordakte heeft gereageerd.
Ten slotte is arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Jamavi heeft in haar akte het hof verzocht terug te komen van de eerder gegeven beslissing tot beëindiging van de huurovereenkomst. Het hof ziet in hetgeen Jamavi daaromtrent aanvoert alsmede in de reactie daarop van Victoria Hotel voldoende reden om een comparitie te bepalen, zodat partijen het hof over een en ander nader kunnen informeren. Uit proceseconomische overwegingen zullen partijen tijdens deze comparitie ook (ieder gedurende 15 minuten) hun standpunt kunnen bepleiten over de hernieuwde beslissing die het hof zou moeten nemen omtrent beëindiging van de huurovereenkomst, indien het hof zou oordelen dat van de eerdere beslissing daaromtrent moet worden teruggekomen. In dit verband verdient opmerking dat, anders dan Victoria Hotel onder 1.3 en 1.6 van haar laatste akte tot uitgangspunt lijkt te nemen, de huurovereenkomst door het hof nog niet daadwerkelijk ís beëindigd.
2.2.
Het hof zal een comparitie bepalen als hieronder te melden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten, tot het hiervoor onder 2.1. omschreven doel zullen verschijnen op een nader te bepalen datum voor het hof in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam;
verwijst de zaak naar de rol van 2 juli 2019 en verzoekt partijen om alsdan ten behoeve van het bepalen van een datum voor comparitie
opgave te doen van hun verhinderdata in de periode van augustus 2019 tot en met oktober 2019;
verzoekt partijen, voor het geval zij zich ter comparitie willen bedienen van (nog niet in de procedure overgelegde) schriftelijke bewijsstukken, deze uiterlijk 2 weken voor de comparitiedatum toe te zenden aan de griffie van het hof, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, J.C.W. Rang en D.J. van der Kwaak en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2019.