De verdachte werkte als uitzendkracht bij een bedrijf en had toegang tot het digitaal klaarzetten van facturen, maar niet tot het accorderen van betalingen. Een bedrag van €2.558,18 werd onterecht betaald op de bankrekening van de verdachte in plaats van het bedrijf. Hoewel dit opmerkelijk was, kon het hof niet bewijzen dat de verdachte zich schuldig maakte aan verduistering of oplichting.
Het hof oordeelde dat het bedrag onverschuldigd was betaald en dat het na ontvangst tot het vermogen van de verdachte was gaan behoren, zonder dat bijzondere omstandigheden dit veranderden. De verdachte werd daarom vrijgesproken van verduistering. De civiele vordering tot terugvordering van het bedrag blijft openstaan.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd in het strafproces niet-ontvankelijk verklaard, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij kan deze vordering bij de burgerlijke rechter voortzetten.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlasteleggingen, waarbij tevens werd vastgesteld dat de verdachte slechts een deel van het bedrag had terugbetaald.