Uitspraak
Inhoud van de vordering
Procesgang
Beoordeling
Beslissing
1 (een) jaar(onder handhaving van de bij dat arrest gestelde bijzondere voorwaarden).
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is de veroordeelde bij arrest van 21 september 2017 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 27 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht bij de reclassering en behandeling voor alcoholproblematiek.
De advocaat-generaal diende op 12 maart 2019 een vordering in tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de straf, omdat de veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden zou hebben gehouden. Uit een rapport van de reclasseringswerker bleek dat de veroordeelde na een officiële waarschuwing had aangegeven liever de gevangenisstraf uit te zitten dan zich aan de voorwaarden te houden.
Tijdens de terechtzitting op 1 mei 2019 verklaarde de veroordeelde dat hij het onvoorwaardelijke deel van de straf ondergaat en dat hij inziet dat naleving van de voorwaarden hem kan helpen. Hij volgt een opleiding en krijgt ondersteuning bij het vinden van werk. De reclasseringswerker benadrukte het belang van behandeling gezien het gewelddadige karakter van de feiten.
Het hof concludeerde dat ondanks de eerdere niet-naleving de gewijzigde houding en persoonlijke situatie van de veroordeelde aanleiding geven om de vordering af te wijzen en hem een laatste kans te bieden. De proeftijd wordt met één jaar verlengd onder handhaving van de bijzondere voorwaarden. Het hof waarschuwt dat bij nieuwe overtredingen het toezicht direct aan het openbaar ministerie kan worden geretourneerd.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel wordt afgewezen en de proeftijd wordt met één jaar verlengd.