ECLI:NL:GHAMS:2019:1711
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling rijden onder invloed van morfine en methadon
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor het besturen van een personenauto terwijl hij onder invloed was van morfine en methadon. De politierechter had vastgesteld dat verdachte niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht op grond van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Het hof heeft de bewijsmiddelen van de politierechter niet overgenomen, maar deze vervangen door eigen bewijsmiddelen zoals opgenomen in de bijlage bij het arrest. Tevens heeft het hof de kwalificatie van het bewezenverklaarde verbeterd door expliciet te verwijzen naar het eerste lid van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, aangezien het ontbreken daarvan in de oorspronkelijke kwalificatie als een kennelijke misslag werd beschouwd.
De advocaat-generaal had gevorderd dat de opgelegde straf gehandhaafd zou blijven, hetgeen het hof heeft gevolgd. Er zijn geen andere straffen opgelegd dan die van de eerste rechter. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 15 mei 2019.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor rijden onder invloed van morfine en methadon met een verbeterde kwalificatie.