Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
POWNED,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
‘NAV mijn vorige tweet volgt [website 4] ’. Direct daarna stuurde [geïntimeerde] [X] een DM-bericht (een privé-chatbericht dat voor andere volgers van Twitter niet leesbaar is). [X] tweette daarop
‘En nu krijg ik dus serieus ook een #DM’. [geïntimeerde] en [X] lunchten vervolgens op 2 oktober 2014 samen in een restaurant in [plaats 2] . PowNed voorzag [X] daarbij van een verborgen camera en een microfoon, waarmee zonder medeweten van [geïntimeerde] opnamen werden gemaakt. Op 9 oktober 2014 aten [geïntimeerde] en [X] samen in een restaurant in [plaats 1] . Tijdens dit eten filmde PowNed met een verborgen camera vanaf een tafel op enige afstand. Ook maakte PowNed die dag met een verborgen microfoon geluidsopnamen. Op 1 december 2014 maakte [X] op zijn blog diverse chatgesprekken met [geïntimeerde] openbaar, toonde hij screenshots van de werkagenda van [geïntimeerde] , plaatste hij een selfie waarop hij met [geïntimeerde] stond afgebeeld, en gaf hij een verslag van zijn ontmoetingen met [geïntimeerde] . [X] heeft op enig moment zijn blog offline gehaald.
3.Beoordeling
voorlopigeoordeel kwam dat Powned door het vervaardigen en het openbaar maken van de opnamen met de verborgen camera onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] . De rechtbank beval Powned daarom te bewerkstelligen dat de fragmenten van de opnamen, inclusief beelden van de correspondentie tussen [geïntimeerde] en [X] , zouden worden verwijderd uit de zoekresultaten van Google en Yahoo en beval Powned tot afgifte aan [geïntimeerde] van kopieën van alle opnames. Powned heeft aan die bevelen voldaan. Thans ontbreekt het belang bij het instellen van hoger beroep tegen een voor de duur van de eerste aanleg getroffen voorzieningen. Powned zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar hoger beroep voor zover dat is gericht tegen het tussenvonnis.