ECLI:NL:GHAMS:2019:1087
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis en rentevergoeding aan benadeelde partij in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak is het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. De verdachte werd veroordeeld voor een feit dat op 31 december 2015 schade aan een benadeelde partij heeft veroorzaakt. De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis met aanpassing van de rentevergoeding.
De raadsman van de verdachte voerde verweer tegen de rentevergoeding, stellende dat de lange duur van de procedure niet aan de verdachte te wijten was, maar aan het openbaar ministerie, en dat de brandweer als benadeelde partij geen belang zou hebben bij rentevergoeding omdat zij ook een overheidsinstelling is. Tevens werd aangevoerd dat de verdachte geen inkomen heeft en daardoor niet aan de verplichtingen kan voldoen.
Het hof overwoog dat de rente een civielrechtelijke vordering betreft en dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat de verdachte in verzuim is, vastgesteld op de datum van het schadeveroorzakende feit. Argumenten over de lange procesduur en het ontbreken van inkomen werden verworpen. Het hof bevestigde het vonnis en wees de rentevergoeding toe zoals gevorderd.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en wijst de rentevergoeding aan de benadeelde partij toe vanaf 31 december 2015.