ECLI:NL:GHAMS:2019:1071

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 maart 2019
Publicatiedatum
28 maart 2019
Zaaknummer
23-004161-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 1 Wet op de identificatieplichtArt. 422 SvArt. 27 SrArt. 27a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs. Het hof vernietigde het eerdere vonnis omdat het tot een andere bewezenverklaring kwam dan de politierechter.

Op 10 november 2017 had verdachte te Amsterdam een valse Spaanse identiteitskaart bij zich waarvan hij wist dat deze vals was. Het hof achtte dit wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen. Er waren geen omstandigheden die strafuitsluiting rechtvaardigden, zodat de strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van verdachte werd bevestigd.

De politierechter legde een gevangenisstraf van zes weken op, met aftrek van voorarrest. Het hof vond deze straf passend en geboden, gezien de ernst van het feit en het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet bestaan in officiële documenten. Het hof veroordeelde verdachte tot dezelfde straf en bepaalde dat voorarrest in mindering wordt gebracht.

De straf is gebaseerd op artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 maart 2019.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004161-17
datum uitspraak: 28 maart 2019
TEGENSPRAAK (verdachte en raadsman na aanhouding niet verschenen)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13-702871-17 tegen
[verdachte],
gedagvaard als: geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag 1] 1976, maar zoals uit de ter terechtzitting overgelegde stukken blijkt: geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedag 1] 1976,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 maart 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 10 november 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (een) reisdocument(en) en/of identiteitsbewij(s)(zen) als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht, te weten een identiteitskaart (documentnummer [nummer] t.n.v.[verdachte], geboren [geboortedag 2] te [geboorteplaats] waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 10 november 2017 te Amsterdam een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht, te weten een identiteitskaart (nummer [nummer] t.n.v. [verdachte], geboren [geboortedag 2] te [geboorteplaats]) waarvan hij wist dat deze vals was, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vals is.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte is in het bezit geweest van een valse Spaanse identiteitskaart. Door zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen geschonden dat in het internationaal personenverkeer moet kunnen worden gesteld in door van overheidswege verstrekte reis- en identiteitspapieren.
In het maatschappelijk verkeer dient erop te kunnen worden vertrouwd dat zulke documenten een juiste weergave bevatten van de identiteit van de houder. Gebruikmaking van valse of vervalste documenten kan leiden tot aanzienlijke schade.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf zoals opgelegd door de politierechter in de rechtbank Amsterdam passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. N.A. Schimmel en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van
mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 maart 2019.
=========================================================================
[geboorteplaats]