ECLI:NL:GHAMS:2019:103
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wijziging partner- en kinderalimentatie na verhuizing en wijziging draagkracht
Partijen zijn in 1993 gehuwd en in 2013 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, inmiddels meerderjarig. De vrouw en kinderen verhuisden in 2012 van Curaçao naar Nederland, de man volgde in 2014. In het echtscheidingsconvenant van 2012 zijn afspraken gemaakt over partner- en kinderalimentatie.
De man verzocht om nihilstelling van de partneralimentatie en verlaging van de kinderalimentatie vanaf 2013 vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder zijn verhuizing naar Nederland en gewijzigde inkomsten als zzp'er. De rechtbank wees dit verzoek deels af, waarop de vrouw in hoger beroep ging.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende financiële stukken heeft overgelegd om zijn draagkracht aannemelijk te maken. De man heeft niet voldaan aan zijn verplichting tot volledige en juiste informatieverstrekking. De samenwoning van partijen tussen november 2014 en januari 2016 leidt niet tot een eerdere ingangsdatum van wijziging. De behoefte van de vrouw en kinderen wordt vastgesteld op basis van het convenant en geïndexeerd.
Gelet op het ontbreken van voldoende bewijs van gewijzigde draagkracht, vernietigt het hof de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de man tot wijziging van de alimentatie af. De bijdrage voor de kinderen vanaf hun meerderjarigheid is niet in geschil.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot wijziging van partner- en kinderalimentatie af wegens onvoldoende onderbouwing van zijn draagkracht.