Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Tenlastelegging
primair
Gerechtshof Amsterdam
Op 8 december 2013 ontstond een conflict op de Herengracht te Amsterdam tussen verdachte, medeverdachte en de aangever. De aangever reed zijn auto op een parkeerplaats die verdachte probeerde vrij te houden, waarna een woordenwisseling en fysieke confrontatie volgden. Medeverdachte gaf de aangever twee vuistslagen, maar verdachte hield zich vooral bezig met het voorkomen van eigen letsel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten, waaronder zware mishandeling en openlijke geweldpleging. Het hof vernietigde het vonnis en kwam tot een eigen beoordeling. Uit het dossier bleek onvoldoende bewijs dat verdachte samen met medeverdachte openlijk geweld heeft gepleegd of een wezenlijke bijdrage daaraan heeft geleverd.
De verklaringen van verdachte en medeverdachte waren consistent en betrouwbaar, terwijl objectief bewijs ontbrak. Het hof oordeelde dat verdachte niet in vereniging met medeverdachte geweld heeft gepleegd en sprak hem daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat de verdachte niet schuldig was bevonden aan het handelen dat de schade zou hebben veroorzaakt. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover dat gericht was tegen eerdere vrijspraakbeslissingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs.