ECLI:NL:GHAMS:2018:925
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- S. Clement
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor faillissementsfraude en witwassen door onttrekking bedrijfsgelden
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 juni 2015 bevestigd. Verdachte werd verweten bewust geld te hebben onttrokken van zijn bedrijf ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers en het witwassen van deze gelden.
De dagvaarding werd door de verdediging aangevochten wegens onvoldoende specificatie, maar het hof oordeelde dat de tenlastelegging voldoende concreet was, mede door de processtukken met transactieschema's. Verdachte had tussen februari en maart 2012 in totaal €385.000 van de bedrijfsrekening overgeboekt naar privérekeningen, waarvan €207.496 niet was teruggestort en onttrokken werd aan het bedrijf.
Verdachte voerde aan dat hij handelde op advies van een derde en dat er geen faillissementsgevaar was, maar het hof achtte dit ongeloofwaardig gezien de omstandigheden, waaronder het wegvallen van 85-90% van de omzet en het collectief ontslag bij het UWV. Het hof concludeerde dat verdachte bewust handelde om beslag door schuldeisers te voorkomen en daarmee hun rechten te benadelen.
De strafmotivering leidde tot een gevangenisstraf van acht maanden, lager dan de gebruikelijke elf maanden vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het hof wees verzoeken tot aanvullende getuigenverhoren af en verwierp het bewijsverweer. Hiermee werd de integriteit van het financiële verkeer geschonden en het vertrouwen van schuldeisers ernstig aangetast.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf wegens faillissementsfraude en witwassen.