ECLI:NL:GHAMS:2018:877
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot gevangenhouding bevatte. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met raadsvrouw.
Het hof sloot zich aan bij de gronden van de rechtbank en de rechter-commissaris, die ernstige bezwaren en recidivegevaar vaststelden. De verdachte stelde dat een onherroepelijke strafbeschikking voor een soortgelijk feit niet mee mocht wegen bij de beoordeling van het recidivegevaar, maar dit werd verworpen.
De reclassering gaf aan geen aanknopingspunten voor een traject, waardoor het hof onvoldoende kon beoordelen of schorsingsvoorwaarden het recidivegevaar konden beperken. Het persoonlijke belang van de verdachte, zoals de zorg voor zijn hulpbehoevende zus, woog niet op tegen de maatschappelijke veiligheid.
Het hof zag geen aanleiding voor een nader reclasseringsrapport en wees het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd op 14 maart 2018 in raadkamer gegeven door de raadsheren Iedema, Groos en de Jong.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis af en handhaaft de gevangenhouding van verdachte.