Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
de inspecteur] in de proceskosten van eiser [
belanghebbende] tot een bedrag van € 992;
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond centraal of de kosten van het huren van een diepwoeler in 2010 ten laste van het resultaat konden worden gebracht of dat deze kosten geactiveerd moesten worden als aanschafkosten van de grond. De vennootschap had grond gekocht waarop Robinia bomen stonden, die waren gerooid en de grond was diepgewroet om deze geschikt te maken voor landbouwgewassen. De rechtbank oordeelde dat de grond al geschikt was voor landbouw en dat de kosten ten laste van het resultaat konden worden gebracht.
Het Hof kwam echter tot een andere conclusie en stelde vast dat het diepwoelen en andere werkzaamheden bedoeld waren om de grond geschikt te maken voor het landbouwbedrijf, wat afweek van het eerdere gebruik. Daarom moesten de kosten worden geactiveerd als aanschafkosten van de grond.
Daarnaast was in geschil welk deel van de kosten aan de vrijgestelde landschapssubsidie moest worden toegerekend. Zowel rechtbank als Hof oordeelden dat een pro rata toerekening van alle kosten, inclusief indirecte kosten, aan de subsidie redelijk was, omdat belanghebbende geen deugdelijke onderbouwing leverde voor een afwijkende toerekening.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de inspecteur gegrond en die van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard en dat van belanghebbende ongegrond; de kosten diepwoelen behoren tot de aanschafkosten van de grond en moeten worden geactiveerd.