ECLI:NL:GHAMS:2018:729

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2018
Publicatiedatum
1 maart 2018
Zaaknummer
13/684508-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schorsing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende zicht op verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van de voorlopige hechtenis van verdachte. De zaak betrof een jongvolwassene die verblijft in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.

Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en zich aangesloten bij de ernstige bezwaren die de rechtbank heeft overwogen in het bevel tot gevangenhouding van 6 december 2017. Tevens heeft het hof het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis beoordeeld.

De Raad voor de Kinderbescherming en de Jeugdbescherming hebben negatief geadviseerd over de schorsing, mede vanwege de weigerachtige houding van verdachte om mee te werken aan een dubbelrapportage. Hierdoor is er onvoldoende zicht op zijn persoon, vrijetijdsbesteding en thuissituatie. Gezien deze omstandigheden acht het hof schorsing niet aan de orde en wijst het zowel het hoger beroep als het schorsingsverzoek af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens onvoldoende zicht op de verdachte.

Uitspraak

13/684508-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 januari 2018, voor zover houdende bevel tot de verlenging van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 4 januari 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. K.H.T. van Gijssel.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep ,voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Het hof sluit zich voor wat betreft de ernstige bezwaren aan bij de motivering aan bij hetgeen de rechtbank heeft overwogen in het bevel gevangenhouding van 6 december 2017.
Met betrekking tot het namens de verdachte gedane mondelinge schorsingsverzoek overweegt het hof als volgt. Zowel de Raad voor de Kinderbescherming als de Jeugdbescherming hebben negatief geadviseerd ten aanzien van een schorsing. Zij hebben daarbij mede acht geslagen op de weigerachtige houding van de verdachte om mee te werken aan een dubbelrapportage. Er is onvoldoende zicht op de persoon van de verdachte, de vrijetijdsbesteding en de thuissituatie. Gelet op het hiervoor overwogene is het hof van oordeel dat schorsing niet aan de orde is.
13/684508-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 31 januari 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. F.G. Hijink, voorzitter,
mrs. F.A. Hartsuiker en M. Senden, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 31 januari 2018 ,
de advocaat-generaal