ECLI:NL:GHAMS:2018:659
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht wegens ernstige bezwaren en angsten minderjarige
Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarige uit hun huwelijk. Na een ondertoezichtstelling en een omgangsregeling onder voorwaarden is de omgang tussen de vrouw en de minderjarige na een incident in 2014 stopgezet. De vrouw verzoekt het hof om een omgangsregeling vast te stellen, terwijl de man dit verzet.
Het hof heeft de feiten en het verloop van de omgangsregeling onderzocht, inclusief gesprekken met de minderjarige en rapportages van kinderpsychotherapeuten en orthopedagogen. Uit deze stukken blijkt dat de minderjarige ernstige angsten heeft voor omgang met de vrouw, die zij authentiek ervaart en die haar geestelijke ontwikkeling kunnen schaden.
De raad voor de kinderbescherming adviseert geen omgang toe te staan, omdat de vrouw onvoldoende inzicht toont in de emoties en behoeften van het kind. Het hof volgt dit advies en oordeelt dat omgang met de vrouw in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige. Het verzoek van de vrouw wordt afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vrouw het omgangsrecht met de minderjarige wegens ernstige bezwaren en angsten van het kind.