Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
5.Beslissing
mr. H.A. van den Berg in tegenwoordigheid van mr. D.M. Jansen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2018.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond de verdeling van het huwelijksvermogen centraal, met name het pensioenrecht van de vrouw opgebouwd tijdens het huwelijk in de Verenigde Staten. Het hof bevestigde dat het pensioenrecht onder het huwelijksvermogen valt en dat de peildatum voor de waarde van het pensioen de datum van het verzoek tot echtscheiding is, met een aanvullende waardering tot de datum van de laatste zitting.
Het hof oordeelde dat de man recht heeft op 25% van de waarde van het pensioenfonds van de vrouw, het Hilton Worldwide 401(k) Plan, conform de Domestic Relations Law van New York. De vrouw houdt het resterende pensioenrecht. Verzoeken van de man tot een boedelbeschrijving en een 50/50 verdeling werden afgewezen wegens gebrek aan belang.
Daarnaast vernietigde het hof de beschikking die de man verplichtte kinderalimentatie te betalen, mede omdat de vrouw aangaf geen discussie hierover te wensen en de man slechts een minimale draagkracht heeft. De zorgregeling werd door partijen onderling geregeld en het hof zag geen reden tot nadere beslissing.
De kosten van het deskundigenrapport worden gelijkelijk verdeeld en iedere partij draagt haar eigen proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en in het Nederlands opgesteld, ondanks verzoeken om Engelse vertaling.
Uitkomst: De man krijgt 25% van het pensioenrecht van de vrouw toegekend en de kinderalimentatieverplichting wordt afgewezen.