Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:612

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 februari 2018
Publicatiedatum
27 februari 2018
Zaaknummer
23-004320-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WWMartikel 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bewustheid verboden wapenbezit

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte beschuldigd van het voorhanden hebben van een vuurwapen in een auto. Het hof heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte zich bewust was van het feit dat het voorwerp een wapen betrof zoals bedoeld in de Wet Wapens en Munitie.

Het voorwerp had weliswaar het uiterlijk van een vuurwapen, maar was klein en zichtbaar als een sierhanger aan de zonneklep van de auto bevestigd. Het wapen was niet geladen, er werd geen munitie aangetroffen bij de verdachte of medeverdachte, en er was geen gebruik van het voorwerp als wapen vastgesteld.

Gezien het ontbreken van bewijs van bewustheid heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde. De zaak is daarmee definitief afgesloten met vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bewustheid van het bezit van een verboden wapen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004320-16
datum uitspraak: 27 februari 2018
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 november 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-701718-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 februari 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de politierechter toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 15 april 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer (vuur)wapens van categorie III, onder I, te weten een vuurwapen, te weten een revolver (merk Xythos, kaliber 2 mm penvuur), voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Vrijspraak

Vooropgesteld moet worden dat voor een veroordeling ter zake van het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26 van Pro de Wet Wapens en Munitie is vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte van de aanwezigheid van dat wapen of die munitie.
Het hof is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor een bij de verdachte bestaande mate van bewustheid dat het voorwerp dat zij en de medeverdachte in de auto voorhanden hadden een wapen betrof als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat het wapen weliswaar het uiterlijk van een vuurwapen had, maar zeer klein van formaat was en voor een ieder zichtbaar als sierhanger aan een zonneklep in de auto hing. Voorts was het wapen niet geladen, is onder de verdachte en de medeverdachte geen munitie aangetroffen en is ook niet gebleken van enig gebruik van het voorwerp als wapen, zodat ook hieruit niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich min of meer bewust was van de aard en de eigenschappen van dat voorwerp.
De verdachte moet hierom worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2018.