ECLI:NL:GHAMS:2018:581

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 februari 2018
Publicatiedatum
22 februari 2018
Zaaknummer
200.216.631/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteonderzoek en vaststelling vergoeding onderzoeker in ondernemingskamerzaak

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft bij beschikking van 20 februari 2018 het enquêteonderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Readen Retail B.V. en aanverwante vennootschappen beëindigd. Dit onderzoek was aanvankelijk bevolen bij beschikking van 28 september 2017 en betrof de periode van 1 december 2015 tot 24 augustus 2017.

Partijen, waaronder Halve Boog Beheer B.V. als verzoekster en verschillende verweerders, hebben in gezamenlijk overleg een schikking bereikt, waarna zij gezamenlijk verzochten het onderzoek te beëindigen. De Ondernemingskamer heeft hieraan gevolg gegeven.

Daarnaast heeft onderzoeker Kemp een specificatie van zijn onderzoekskosten ingediend ter hoogte van €3.416 exclusief btw. Ondanks dat een van de betrokken bestuurders stelde dat Kemp geen werkzaamheden had verricht, oordeelde de Ondernemingskamer dat de vergoeding redelijk is gezien de communicatie en ontvangen stukken. Readen Retail had geen voorschot betaald, waardoor de Kamer Readen Retail veroordeelde tot betaling van het bedrag aan Kemp.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Het enquêteonderzoek wordt beëindigd en Readen Retail wordt veroordeeld tot betaling van €3.416 aan de onderzoeker Kemp.

Uitspraak

beschikking
_____________________________________________________________
zaaknummer: 200.216.631/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 20 februari 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HALVE BOOG BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. E.A. Braten
mr. P.T.P. Hendriks, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
READEN RETAIL B.V.,
gevestigd te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NECKERMANN.COM WEBSHOP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
D5AVENUE.COM B.V.,
gevestigd te Naarden, gemeente Gooise Meren,
advocaat:
mr. A.A.E. Ferdinandusse, kantoorhoudende te Naarden,
4.
mr. S.D.W Gratamain zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NECKERMANN.COM RETAIL B.V.,
kantoorhoudende te Almere,
in genoemde hoedanigheid in persoon verschenen,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
1. de vennootschap naar het recht van Nevada, USA,
READEN HOLDING CORPORATION INC.,
gevestigd te Nevada, USA,
verschenen bij haar gevolmachtigde [A] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
verschenen in de persoon van haar bestuurder [C] ,
BELANGHEBBENDEN.
1.
Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de volgende partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoekster met Halve Boog;
  • verweerster sub 1 met Readen Retail;
  • verweerster sub 2 met Neckermann.com Webshop;
  • verweerster sub 3 met D5Avenue.com;
  • verweerster sub 4 met Neckermann.com Retail;
  • belanghebbende sub 1 met RHCO;
  • belanghebbende sub 2 met [B] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 28 en 29 september en 15 december 2017.
1.3 Bij de beschikking van 28 september 2017 heeft de Ondernemingskamer:
  • een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Readen Retail, Neckermann.com Webshop, D5Avenue.com en Neckermann.com Retail vanaf 1 december 2015 tot 24 augustus 2017;
  • een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en;
  • het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
  • bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Readen Retail en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen.
Tevens is bij die beschikking bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Readen Retail.
1.4 Bij de beschikking van 29 september 2017 heeft de Ondernemingskamer mr. F. Kemp te Amsterdam (hierna: Kemp) en mr. M. van den Biggelaar te Amsterdam (hierna: Van den Biggelaar) aangewezen als respectievelijk onderzoeker en bestuurder als bedoeld in de beschikking van 28 september 2017.
1.5 Bij de beschikking van 15 december 2017 heeft de Ondernemingskamer Van den Biggelaar op zijn verzoek ontheven uit de functie van bestuurder van Readen Retail.
1.6 Mr. Brat voormeld heeft bij brief van 23 januari 2018 aan de Ondernemingskamer gemeld dat partijen in gezamenlijk overleg een schikking hebben bereikt en, met instemming van mr. Ferdinandusse voormeld, verzocht de procedure door te halen. Mr. Hendriks voormeld heeft daaraan bij e-mail van 24 januari 2018 toegevoegd dat bij de schikking Halve Boog, Readen Retail, Neckermann.com Webshop, D5Avenue.com, RHCO en [B] zijn betrokken en dat zij alle instemmen met beëindiging van deze procedure.
1.7 Mr. Gratama voormeld heeft bij brief van 26 januari 2018 bericht geen bezwaar te hebben tegen beëindiging van deze procedure.
1.8 Kemp heeft bij brieven aan de Ondernemingskamer van 1 en 6 februari 2018 een specificatie overgelegd van de uren die hij aan het onderzoek heeft besteed en een toelichting daarop. Daaruit vloeit een bedrag aan kosten in verband met het onderzoek voort van € 3.416, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Hij heeft de Ondernemingskamer verzocht de onderzoekskosten dienovereenkomstig vast te stellen. De door hem gemaakte kosten zijn niet voldaan, aldus Kemp. Hoewel hij Readen Retail om betaling van een voorschot heeft verzocht, is daaraan geen gehoor gegeven.
1.9 Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid zich uit te laten over het verzoek van Kemp, heeft mr. Ferdinandusse gebruik gemaakt bij e-mail van 9 februari 2018.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Nu partijen eenparig te kennen hebben gegeven dat een oplossing van het geschil tussen hen is bereikt en zij een verzoek hebben gedaan dat strekt tot beëindiging van het bevolen onderzoek, zal de Ondernemingskamer dienovereenkomstig beslissen.
2.2
Met betrekking tot het verzoek van Kemp tot vaststelling van de onderzoekskosten, heeft mr. Ferdinandusse het standpunt ingenomen dat Kemp geen werkzaamheden heeft verricht. Zij baseert dit op navraag hierover door haar bij Van den Biggelaar, die blijkens een aan haar e-mail gehecht antwoord heeft gemeld dat Kemp voor zover hij weet geen enquêtewerkzaamheden heeft verricht. Wel heeft zij zich aangaande de vergoeding gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
2.3
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Kemp heeft bij brief van 1 februari 2018 te kennen gegeven dat hij, nadat hij tot onderzoeker was zijn benoemd, vooral met Van den Biggelaar heeft gecommuniceerd, dat Van den Biggelaar hem met regelmaat informeerde over de ontwikkelingen en dat hij een grote hoeveelheid stukken heeft ontvangen van Van den Biggelaar. Kemp heeft zich vervolgens in het dossier verdiept. Met het oog hierop komt het door hem gedeclareerde bedrag van € 3.416 (excl. btw) de Ondernemingskamer niet onredelijk voor. De door Van den Biggelaar aan mr. Ferdinandusse gedane mededeling (2.2) sluit geenszins uit dat Kemp reeds voorbereidende werkzaamheden voor het onderzoek heeft moeten verrichten. Mr. Ferdinandusse zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer over het verzoek van Kemp en verder is tegen dit verzoek geen bezwaar gemaakt. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro dan ook bepalen als hierna te vermelden.
2.4
Aangezien Kemp heeft gemeld dat de door hem gemaakte kosten niet zijn voldaan, terwijl Readen Retail niet heeft voldaan aan zijn verzoek om betaling van een voorschot, zal de Ondernemingskamer Readen Retail veroordelen tot betaling van deze kosten aan Kemp.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt met ingang van heden het bij beschikking van 28 september 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Readen Retail B.V., Neckermann.com Webshop B.V., D5Avenue.com B.V. en Neckermann.com Retail B.V.;
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 3.416, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
veroordeelt Readen Retail B.V. een bedrag van € 3.416, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, te betalen aan mr. F. Kemp te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, drs. C. Smits-Nusteling RC, en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 februari 2018.