ECLI:NL:GHAMS:2018:5207
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- P. Greve
- M.E. Hinskens - van Neck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens gewoontewitwassen en opzetheling
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 13 oktober 2017, waarin aan de veroordeelde werd opgelegd een bedrag van €354.934 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De veroordeelde was eerder veroordeeld voor gewoontewitwassen, meermalen gepleegde opzetheling, overtreding van het vuurwerkbesluit en voorbereidingshandelingen voor een delict onder de Opiumwet. Het openbaar ministerie had de ontnemingsvordering ingesteld op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof heeft de zaak onderzocht op basis van het dossier en de zitting van 29 juni 2018. Het heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de veroordeelde. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van een kennelijke schrijffout: het beginsaldo van januari 2006 in het vonnis wordt gelezen als januari 2009.
Het arrest bevestigt de ontnemingsvordering en de verplichting van de veroordeelde tot betaling van het genoemde bedrag aan de Staat. Het vonnis is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 juli 2018.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ontnemingsvordering van €354.934 aan de Staat opgelegd aan de veroordeelde.