Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis waarvan beroep
Ja. Met de getoonde gecorrigeerde aangiften omzetbelasting bedoel ik de suppletieaangifte omzetbelasting. (…) Als deze documenten door mij zijn verstrekt aan uw collega’s van de Belastingdienst, dan zijn deze suppleties opgemaakt door [bedrijf 2]. U zult deze gegevens dan ook aantreffen in het gevorderde dossier.” [naam 2] en [naam 1], controlerend ambtenaren van de Belastingdienst, hebben in het voorjaar en de zomer van 2010 een invorderingsonderzoek bij [bedrijf 1] ingesteld. Zij hebben op 23 juni 2010 met onder meer [naam 3] gesproken en zouden deze stukken tijdens het invorderingsonderzoek van [bedrijf 2] hebben ontvangen. In een verhoor op 9 december 2013 verklaart [naam 3] tegenover de rechter-commissaris, geconfronteerd met document D004: “
Dit is een document zoals [bedrijf 2] dat vaker opmaakt. Ik herken het format. De suppleties zijn door [bedrijf 2] opgemaakt en verstrekt aan cliënt.” Ten aanzien van de documenten D002 en D003 verklaart hij dat daarvoor hetzelfde geldt als voor het jaar 2008, waarop D004 betrekking heeft.
Suppletieberekeningen, is dat iets anders dan suppletieaangiften?” geantwoord: “
Ja, want destijds bestonden suppletieaangiften nog niet als wettelijke term.” Op de vraag “
Even voor de duidelijkheid, als ik het goed begrijp, heeft u geen suppletieaangifte van [bedrijf 2] ontvangen, alleen de berekening. Is dat juist?”, antwoordt [naam 2]: “
Ja. Die berekening hebben we vergeleken met de ingediende aangiften en toen konden we kijken hoeveel belasting er nog verschuldigd is.” De verdediging verbindt hieraan de conclusie dat door [bedrijf 2] andere stukken zijn overhandigd aan de Belastingdienst dan D002 tot en met D004. Daarmee zou zijn gegeven dat D002 tot en met D004 niet de door [bedrijf 2] overhandigde suppletieberekeningen zijn, en daarom wel de door verdachte ingediende suppletieaangiften moeten zijn, waarover de Belastingdienst dus klaarblijkelijk wel beschikte.
De heer [verdachte] zou de suppletieaangifte indienen. Ik weet dat wij aan hem de suppletieaangifte hebben verstrekt zoals die zou moeten worden ingediend.” Het hof maakt hieruit op dat de berekening van de verschuldigde suppletie door [bedrijf 2] in de vorm van een aangifte werd gedaan en verstrekt. Die berekening heeft de Belastingdienst, toen ze die eenmaal van [bedrijf 2] hadden verkregen, naast de eerder door de verdachte ingediende maand- of kwartaalaangiften gelegd om het verschil te kunnen berekenen. Dat is wat anders dan dat [naam 2] daarmee zou erkennen dat de Belastingdienst in 2010 beschikte over door de verdachte ingediende suppletieaangiften.
5.Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1
6.Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2
7.Bewezenverklaring
8. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
9.Strafbaarheid van de verdachte
10.Oplegging van straf
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden.