Uitspraak
Inhoud van de vordering
Procesgang
Beoordeling
Beslissing
120 (honderdtwintig) dagen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 11 oktober 2018 uitspraak gedaan over de vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. De veroordeelde was bij arrest van 29 september 2015 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 219 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en onder bijzondere voorwaarden waaronder toezicht door de reclassering.
De advocaat-generaal vorderde de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf omdat de veroordeelde zich niet aan de opgelegde voorwaarden hield. Uit een advies van Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering bleek dat de veroordeelde aanvankelijk goed meewerkte, maar vanaf juni 2018 afspraken niet meer nakwam, niet meer bij de reclassering verscheen en niet meer bereikbaar was. Ook verscheen zij regelmatig niet op haar dagbesteding en was zij volledig uit beeld verdwenen.
Het hof oordeelde dat de veroordeelde onvoldoende had meegewerkt aan de bijzondere voorwaarden en dat het gevaars- en recidiverisico zeer hoog was. Gezien artikel 14g Sr besloot het hof de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf toe te wijzen. De veroordeelde was niet verschenen bij de zitting, maar de beslissing werd in haar afwezigheid genomen.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 120 dagen wordt toegewezen wegens niet-naleving van de reclasseringsvoorwaarden.