ECLI:NL:GHAMS:2018:4837
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Klacht ongegrond verklaard tegen gerechtsdeurwaarders over kosten derdenbeslag en informatieverstrekking
Klager richtte een klacht tegen twee gerechtsdeurwaarders wegens vermeende onterechte kosten voor een mislukt derdenbeslag en een slotenmaker, alsmede onvoldoende informatieverstrekking.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde het hof deze beslissing, nadat klager enkele klachtonderdelen had ingetrokken en anderen niet ontvankelijk waren verklaard.
Het hof oordeelde dat het beslag onder de bank gerechtvaardigd was op basis van een redelijk vermoeden van een bankrelatie, ondanks dat klager stelde geen rekening te hebben bij die bank. Kosten van de slotenmaker konden niet op klager worden verhaald omdat deze niet in het proces-verbaal waren opgenomen.
Klachtonderdelen gericht tegen een voormalig gerechtsdeurwaarder werden niet behandeld omdat deze niet in eerste aanleg aan de orde waren geweest. Het hof vond dat de gerechtsdeurwaarders voldoende informatie hadden verstrekt binnen redelijke termijn, zodat geen sprake was van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
De beslissing van de kamer werd bevestigd en de klacht als geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarders is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.