Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 7 maart 2018, waarin verdachte werd veroordeeld voor rijden onder invloed en het besturen van een motorrijtuig zonder rijbewijs.
Het hof bevestigde het vonnis grotendeels, maar vernietigde het voor zover het naliet een beslissing te nemen over de strafbaarheid van het bewezenverklaarde en over de opgelegde straffen. Tevens werd een tekst uit een bewijsmiddel geschrapt en een ander bewijsmiddel toegevoegd.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden voor het eerste feit, en tot een hechtenis van één week voor het tweede feit. Het hof motiveerde de strafoplegging mede vanwege de eerdere veelvuldige verkeersdelicten van verdachte en het gevaar dat het rijgedrag opleverde voor de verkeersveiligheid.
De opgelegde geldboete en taakstraf uit eerste aanleg werden door het hof als niet passend beschouwd gezien de voorgeschiedenis van verdachte. Het arrest werd uitgesproken op 17 december 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.