ECLI:NL:GHAMS:2018:4670
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Beslissing op hoger beroep tegen gevangenhouding verdachte voor 30 dagen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake de voorlopige hechtenis van verdachte. De rechtbank had een gevangenhouding van 14 dagen bevolen, maar het hof achtte deze termijn te kort voor het benodigde onderzoek.
De raadsman van verdachte voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer aan wegens verjaring van feit 1, maar het hof oordeelde dat dit onderwerp bij de inhoudelijke behandeling hoort en dat er geen sprake was van een evident vervallen recht op strafvervolging. Het hof vond dat er ernstige bezwaren bestonden voor feit 1, omdat verdachte mogelijk contact had met medeverdachten nabij een plaats delict.
Het hof besloot de gevangenhouding te verlengen tot 30 dagen om het onderzoek voort te kunnen zetten zonder inmenging van verdachte. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen. Het hoger beroep werd voor het overige afgewezen.
Uitkomst: De gevangenhouding van verdachte wordt verlengd tot 30 dagen en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.