ECLI:NL:GHAMS:2018:461
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding rechtsbijstand aan verzoekster op grond van billijkheid
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ter zake van een strafzaak en de daarop volgende verzoekschriftprocedure. De rechtbank wees dit verzoek af met de motivering dat verzoekster de schade moest verhalen op haar ex-partner als duidelijk aanwijsbare veroorzaker.
Het hof oordeelt anders en stelt dat de redenering van de rechtbank geen steun vindt in het recht. Uit jurisprudentie volgt dat de rechter op grond van billijkheid een vergoeding kan toekennen, waarbij ook wordt meegewogen in hoeverre de verdachte de kosten aan zichzelf te wijten heeft.
Gezien de omstandigheden acht het hof het niet redelijk dat verzoekster de kosten zelf draagt. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het het verzoek toe. De vergoeding bedraagt in totaal €1.229,30, bestaande uit de kosten rechtsbijstand in de strafzaak (€399,30) en een forfaitaire vergoeding voor de verzoekschriftprocedure (€830,00).
De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 19 januari 2018. Het bedrag wordt betaald uit ’s Rijks kas.
Uitkomst: Het hof kent verzoekster een vergoeding van €1.229,30 toe voor gemaakte kosten rechtsbijstand.