Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor het invoeren van een hoeveelheid van ruim vijf kilo materiaal bevattende cocaïne. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs en de omstandigheden opnieuw gewogen. Hoewel de hoeveelheid cocaïne aanzienlijk was, heeft het hof niet de overtuiging gekregen dat de verdachte opzet had op de invoer van meer dan twee kilogram. Dit leidde tot een matiging van de straf.
De ernst van het feit, de schadelijkheid van cocaïne voor de volksgezondheid en de maatschappelijke gevolgen van handel in deze stof zijn door het hof meegewogen. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte gaven geen aanleiding tot een lagere straf dan 24 maanden.
Het hof vernietigde daarom het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Voor het overige werd het vonnis van de rechtbank bevestigd.
De straf is gebaseerd op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals die golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd met aftrek van voorarrest wegens onvoldoende bewijs van opzet op invoer van meer dan 2 kilogram cocaïne.