Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Verplichting tot betaling aan de Staat
Beslissing
€ 77.339,50(zegge: zevenenzeventigduizend driehonderdnegenendertig euro en vijftig cent).
Gerechtshof Amsterdam
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld voor meerdere strafbare feiten waaronder oplichting, gewoonte maken van witwassen en afpersing, gepleegd tussen 2007 en 2011. De rechtbank had een ontnemingsmaatregel opgelegd van €80.339,50 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep heeft het hof deze beslissing bevestigd, maar de betalingsverplichting verminderd met €3.000 vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar en acht maanden. De veroordeelde voerde onder meer aan dat hij het wederrechtelijk voordeel niet daadwerkelijk had genoten omdat gelden op rekeningen van derden stonden en dat hij door medische klachten niet aanwezig kon zijn bij de zitting. Deze verweren werden verworpen.
Het hof oordeelde dat het voordeel daadwerkelijk was genoten op het moment van storting op de bankrekeningen, ook al waren deze van de echtgenote. De medische klachten waren niet zodanig dat de veroordeelde niet kon verschijnen en hij had bovendien afstand gedaan van zijn recht aanwezig te zijn. Verzoeken tot terugwijzing en het horen van getuigen werden afgewezen. De ontnemingsmaatregel werd definitief vastgesteld op €77.339,50.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €77.339,50 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.