ECLI:NL:GHAMS:2018:4383
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand
De appellant huurt sinds 13 januari 2017 een woning van Stichting Woonzorg Nederland. De huurprijs bedroeg aanvankelijk €762,48 per maand en werd per 1 juli 2017 verhoogd naar €766,53. De appellant liep een huurachterstand op die bij aanmaning op 15 mei 2017 €2.287,44 bedroeg, exclusief buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden en de appellant veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand tot en met september 2017 van €3.804,61, wettelijke rente, incassokosten van €415,18 en de maandelijkse huur vanaf oktober 2017 tot ontruiming. De appellant ging in hoger beroep tegen dit vonnis met acht grieven.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om de omvang van de huurachterstand te betwisten. Ook werd het beroep op overmacht vanwege vermeende niet-betaling van WAO-uitkering door het UWV verworpen, omdat dit geen invloed heeft op de huurovereenkomst. De incassokosten werden bevestigd op grond van het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot betaling van de huurachterstand, incassokosten en ontruiming van het gehuurde.