ECLI:NL:GHAMS:2018:4377
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning gedeeltelijke schadevergoeding na voorlopige hechtenis wegens diefstal auto
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak wegens diefstal van een auto. Hij werd op 29 september 2017 in verzekering gesteld en op 3 oktober 2017 in voorlopige hechtenis genomen, waarna hij op 28 november 2017 werd vrijgelaten.
Het hof overwoog dat de toekenning van schadevergoeding op billijkheid berust, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen houding van de verdachte tijdens de voorlopige hechtenis. Verzoeker had aanvankelijk onjuiste verklaringen afgelegd en zich later beroepen op zijn zwijgrecht, wat het onderzoek heeft bemoeilijkt en de verdenking in stand hield.
Desondanks heeft het hof meegewogen dat de politie nauwelijks verder onderzoek heeft gedaan tijdens de hechtenis, waardoor het voortduren van de vrijheidsbeneming niet volledig aan verzoeker kan worden toegerekend. Gezien deze omstandigheden kent het hof verzoeker de helft van de forfaitaire vergoeding toe, namelijk € 2.450,00.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 november 2018 en beveelt onverwijlde betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een gedeeltelijke schadevergoeding van € 2.450,00 toe wegens voorlopige hechtenis.