ECLI:NL:GHAMS:2018:4219
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens gebrek aan belang
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2017. Tijdens de zitting in hoger beroep op 30 augustus 2018 en 6 november 2018 heeft de raadsvrouw van verdachte het ingestelde beroep en de bezwaren tegen de straf ingetrokken. Hierdoor heeft het hof geoordeeld dat verdachte geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij voortzetting van de behandeling van de zaak.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, en na overleg met de advocaat-generaal, verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M.J.A. Duker, M.J.A. Plaisier en R.D. van Heffen, en is uitgesproken op 6 november 2018. Vanwege omstandigheden kon mr. M.J.A. Plaisier het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan belang.