ECLI:NL:GHAMS:2018:4178
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bankgarantie en niet-ontvankelijkheid in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele hogerberoepszaak heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest van 14 augustus 2018 voortgezet. Het hof had appellant bevolen zekerheid te stellen middels een bankgarantie ten behoeve van de proceskosten. Securitas stelde dat de bankgarantie niet voldeed omdat de derdengeldrekening niet vermeld was en de garantie pas kon worden ingeroepen na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep of cassatie.
Appellant betwistte dit en overlegde correspondentie van de bank waarin werd gesteld dat vermelding van een derdengeldrekening niet noodzakelijk is. Tevens had appellant de bankgarantie zekerheidshalve laten wijzigen om ook een verklaring op te nemen dat de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Het hof oordeelde dat de bankgarantie voldoende zekerheid bood en dat de door appellant aangebrachte wijzigingen tegemoetkomen aan de wensen van Securitas.
Het hof verwierp het verzoek van Securitas tot niet-ontvankelijkverklaring van appellant in de hoofdzaak. De kosten van de wijziging van de bankgarantie zijn voor rekening van appellant. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest. De hoofdzaak wordt verwezen voor memorie van antwoord van Securitas.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring af en houdt de beslissing over proceskosten aan tot het eindarrest.