ECLI:NL:GHAMS:2018:391
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens disproportionele aanhouding en schending demonstratievrijheid
Op 24 maart 2016 demonstreerden twee personen vreedzaam bij de Amsterdam RAI tegen een bouwbedrijf. Ondanks waarschuwingen weigerden zij te vertrekken en werden zij aangehouden en ruim vier uur vastgehouden op het politiebureau. Het hof oordeelt dat de aanhouding en langdurige vrijheidsbeneming disproportioneel waren en de demonstratievrijheid schonden zoals beschermd door artikel 10 EVRM Pro en 19 IVBPR.
De politie had de bevoegdheid om met minder ingrijpende middelen, zoals het begeleiden naar buiten, de lokaalvredebreuk te beëindigen. Het langdurig vasthouden na het verhoor was niet noodzakelijk en leidde tot een onnodige beperking van het demonstratierecht. De officier van justitie vaardigde een strafbeschikking uit, maar het hof oordeelt dat deze beslissing apert onevenredig was en geen strafrechtelijk belang diende.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte wegens schending van de demonstratievrijheid en disproportioneel politieoptreden.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens disproportionele aanhouding en schending van demonstratievrijheid.