Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
HUUROVEREENKOMST KANTOORRUIMTE en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW’en de verdiepingen van het pand op grond van een overeenkomst getiteld ‘
HUUROVEREENKOMST WOONRUIMTE’.
heidsmaatregelen, bij gebreke waarvan het pand ontruimd zou worden.
g. [geïntimeerde] heeft hierop besloten tot verbouwing van het pand. Omdat [geïntimeerde] over onvoldoende middelen beschikte om de kosten van deze verbouwing te dragen, heeft hij een lening verzocht bij Stichting Nationaal Restauratiefonds (hierna: SNR). SNR heeft op 25 juni 2014 een offerte uitgebracht waarin staat vermeld dat SNR vóór het passeren van de ter zake van deze financiering bij de notaris te passeren hypotheekakte onder meer in het bezit moet zijn van
“een kopie van de getekende overeenkomst tussen de heer [geïntimeerde] en het bouwkundige bureau [X] . Hieruit dient te blijken dat de voorgenomen werkzaamheden op basis van de nog af te geven omgevingsvergunning voor een vaste prijs van, afgerond, € 698.000,- worden uitgevoerd. Hierin dient tevens te staan dat als, om wat voor omstandigheden dan ook, toch meerkosten ontstaan die het bedrag aan onvoorzien (€ 6.800 en de beschikbare eigen middelen van € 50.000) overtreffen de meerkosten voor rekening zijn voor [X] .”
(…)”
“(…) De betalingen van de E 3500,00 overbrugging voor elke project maand tot gereedmelding project worden per de eerste van elke maand aan mij overgemaakt. (…)”[X] heeft hierop op 11 september 2014 bij e-mailbericht geantwoord:
“(…) Hierbij bevestig ik onderstaande afspraken. (…)”
€ 108.319,58 ter zake van de huur tot en met april 2016 en een bedrag van € 10.137,28 ter zake van de huur over mei 2016. Tevens hebben partijen afgesproken dat zij, als [X] deze bedragen zou hebben betaald, elkaar finale kwijting voor de huur tot en met mei 2016 zouden verlenen.