Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[de man] ,
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2003 gehuwd en in 2011 gescheiden. Zij hebben drie kinderen. In januari 2018 is bewind ingesteld over de goederen van de man. De vrouw verzocht een kinderbijdrage van €665 per maand, vastgesteld door de rechtbank, terwijl de man hoger beroep instelde en een lagere bijdrage wenste.
Tijdens het hoger beroep werd duidelijk dat de bewindvoerder de man vertegenwoordigt bij het voeren van de procedure. De bewindvoerder had toestemming gegeven voor het hoger beroep, waardoor hij formeel partij werd. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €124 per maand op basis van zijn WIA-uitkering, maar er lag beslag op zijn uitkering wegens een huwelijkse schuld van bijna €20.000.
Het hof oordeelde dat rekening moest worden gehouden met het beslag en stelde de kinderbijdrage vast op €50 per maand vanaf 14 augustus 2017. Tevens werd bepaald dat de vrouw geen terugbetalingsverplichting heeft voor teveel ontvangen bedragen vanwege haar beperkte inkomen en de kosten van de kinderen.
De bestreden beschikking werd vernietigd en de kinderbijdrage aangepast, waarbij het verzoek van de vrouw voor een hogere bijdrage werd afgewezen.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt vastgesteld op €50 per maand vanaf 14 augustus 2017, met vernietiging van de eerdere beschikking.