ECLI:NL:GHAMS:2018:3570

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 september 2018
Publicatiedatum
5 oktober 2018
Zaaknummer
23-004783-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis mishandeling en wapenbezit na hoger beroep

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2016, waarin verdachte werd vrijgesproken van bepaalde tenlasteleggingen en veroordeeld voor mishandeling en wapenbezit. De verdachte stelde het hoger beroep onbeperkt in, waaronder ook de vrijspraak.

Het hof oordeelde dat tegen de vrijspraak geen hoger beroep openstaat op grond van artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor dat deel van het hoger beroep. Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal tot een gevangenisstraf van vijf maanden en de verdediging.

Na beoordeling van de stukken en het onderzoek ter terechtzitting op 25 juli 2017 en 13 september 2018, bevestigde het hof het vonnis van de rechtbank en legde geen hogere straf op dan reeds door de rechtbank was bepaald. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 september 2018.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor het deel van de vrijspraak.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004783-16
datum uitspraak: 27 september 2018
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2016 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-741173-16 en 13-746060-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [geboortedatum],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Rijnmond – HvB De IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-741173-16 onder 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 juli 2017 en 13 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van de zaak met parketnummer
13-741173-16 onder 1 subsidiair en onder 3 en het onder parketnummer 13-746060-16 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Vonnis waarvan beroep

Het hof ziet in hetgeen de advocaat-generaal naar voren heeft gebracht geen redenen om de verdachte een hogere straf op te leggen dan de rechtbank heeft opgelegd. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-741173-16 onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van
mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
27 september 2018.
[…]