ECLI:NL:GHAMS:2018:3333
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.L. Bruinsma
- M. Lolkema
- M. Hinskens - van Neck
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 5 september 2018 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die zijn voorlopige hechtenis bevestigde. Het hof heeft het dossier en de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Het hof oordeelt dat er voor feit 1 onvoldoende ernstige bezwaren zijn om de voorlopige hechtenis te handhaven. Voor feit 2 zijn er nog wel voldoende ernstige bezwaren aanwezig. Desalniettemin is het hof van mening dat op grond van artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering, de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en heft de voorlopige hechtenis van verdachte op. De advocaat-generaal brengt deze beschikking ter kennis van verdachte.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt opgeheven wegens onvoldoende ernstige bezwaren voor feit 1.