Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager, verkoper van een lidmaatschapsrecht van een vereniging serviceflat, diende een klacht in tegen de notaris over diens bejegening tijdens het passeren van de akte van levering op 31 juli 2017. Klager vond dat de notaris onvolwassen reageerde en dreigde met het niet doorgaan van de ondertekening als klager vragen bleef stellen over de nota van afrekening.
De notaris voerde verweer en stelde dat klager zich onredelijk opstelde en dat hij slechts probeerde de situatie uit te leggen. Het hof constateerde dat de feiten zoals vastgesteld door de kamer niet door partijen werden betwist en dat klager onvoldoende concrete feiten had gesteld om zijn klacht te onderbouwen.
Het hof oordeelde dat de klacht ongegrond is omdat klager niet aannemelijk had gemaakt dat de notaris onheus had gehandeld. De klacht over de bejegening werd verworpen, de eerdere beslissing van de kamer vernietigd en een nieuwe beslissing gegeven. De klacht die klager tijdens de zitting bij de kamer had geuit werd niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De klacht van klager over de bejegening door de notaris is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing vernietigd.