Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[Apellant 1] ,
2. [Appellant 2] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
Opeisbaarheid van de geldlening
Bewijskracht bankadministratie
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vorderden appellanten dat de bank de woninglening zou voortzetten en geen aanspraak mocht maken op aflossing uit de verkoopopbrengst van een appartement. De bank had de zakelijke lening opgeëist vanwege betalingsachterstanden en beriep zich op een cross-defaultbepaling die ook de woninglening opeisbaar maakte.
De feiten betreffen hypothecaire leningen verstrekt in 2003 en 2005, met betalingsachterstanden op de zakelijke lening vanaf 2010. De bank had het appartement onderhands verkocht en de opbrengst deels op een derdengeldrekening geparkeerd in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de bank terecht de woninglening had opgeëist op grond van de cross-defaultbepaling en de betalingsachterstanden. De stelling van appellanten dat er geen achterstanden waren, werd verworpen omdat het financieel overzicht slechts openstaande kredieten vermeldde en niet de betalingsachterstanden.
De vordering tot voortzetting van de woninglening en ontzegging van aanspraak op aflossing uit de verkoopopbrengst werd afgewezen. Het hof wees erop dat de juiste procedure voor verdeling van de opbrengst de rangregeling is. De grieven van appellanten faalden en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af.