ECLI:NL:GHAMS:2018:2644
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging bij ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte heeft ontbonden en appellant veroordeelde tot betaling van achterstallige huur, boetes en incassokosten. Appellant verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis op grond van artikel 351 Rv Pro, stellende dat het vonnis gebaseerd was op een onjuiste notitie Horecabeleid en dat hij in betalingsnood verkeerde.
Het hof overweegt dat schorsing van de tenuitvoerlegging alleen kan worden toegewezen indien sprake is van misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een juridische of feitelijke misslag of wanneer de executie een noodtoestand veroorzaakt. Het door appellant aangevoerde argument over de notitie Horecabeleid leidt niet tot het oordeel dat het vonnis klaarblijkelijk onjuist is, en de vermeende betalingsnood en restitutierisico zijn onvoldoende concreet onderbouwd.
Daarom wijst het hof de vordering tot schorsing af en houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van antwoord door geïntimeerde, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen.