ECLI:NL:GHAMS:2018:2495
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De veroordeelde werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Tevens werd hem een ontnemingsvordering van €16.698,48 opgelegd wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen zowel het strafvonnis als de ontnemingsvordering.
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter bevestigd. In hoger beroep voerde de verdediging aan dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aanzienlijk lager moest worden vastgesteld, op basis van een verklaring van de veroordeelde over een beperkte oogst van slechte kwaliteit en een warmtebeeldcamera die slechts een beperkte kweekactiviteit zou aantonen.
Het hof oordeelde echter dat de verklaring van de veroordeelde ongeloofwaardig was. De warmtemeting vond plaats tijdens een tweede kweekcyclus en kon daarom niet als ondersteuning dienen voor de verklaring over de eerste kweek. Daarnaast ontbraken onderbouwingen en kwam de verklaring pas in hoger beroep naar voren. Ook achtte het hof het onaannemelijk dat slechts één kamer werd gebruikt gezien de gelijktijdige aanschaf van apparatuur voor twee kamers en de financiële motieven van de veroordeelde.
Daarom verwierp het hof het verweer en bevestigde het vonnis, inclusief de ontnemingsvordering. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 maart 2018.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling en de ontnemingsvordering van €16.698,48 wegens hennepteelt en diefstal van elektriciteit.