Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep vastgesteld dat verdachte op 11 maart 2017 zijn stiefzoon en stiefdochter heeft mishandeld door hen respectievelijk meermalen en eenmaal tegen het gezicht te slaan.
De mishandelingen vonden plaats in de gezamenlijke woning, waar kinderen zich veilig moeten voelen. Het hof achtte de strafbaarheid van de feiten bewezen en verwierp andere tenlasteleggingen die niet konden worden bewezen. Verdachte is strafbaar verklaard voor mishandeling van kinderen die hij verzorgt en opvoedt.
Hoewel verdachte eerder onherroepelijk voor agressiedelicten is veroordeeld, besloot het hof af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege de positieve ontwikkelingen binnen het gezin en de motivatie van verdachte voor hulpverlening.
Het hof legde een taakstraf van 50 uur op, met een vervangende hechtenis van 25 dagen, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder gedragsinterventies en begeleiding via reclassering en GGZ-instellingen.
De straf is mede bedoeld om de ernst van het feit te benadrukken en verdachte te ondersteunen bij zijn rehabilitatie en maatschappelijke terugkeer.