ECLI:NL:GHAMS:2018:2298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift inzake teruggave inbeslaggenomen geldbedrag
Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €3.477,55, dat in een strafzaak tegen hem was betrokken. Dit klaagschrift werd behandeld door het Gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2018.
Klager was eerder door de politierechter veroordeeld wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Bij dat vonnis was de teruggave van het geldbedrag aan klager gelast. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling van het klaagschrift gaf klagers advocaat aan dat klager het klaagschrift niet wenste te handhaven, omdat het hof reeds in het hoger beroep een beslissing over het geldbedrag zou nemen.
De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van klager in zijn klaagschrift, omdat klager geen belang meer had bij voortzetting. Het hof volgde dit en verklaarde klager niet-ontvankelijk, aangezien het belang bij het klaagschrift was komen te vervallen door de beslissing in het hoger beroep en de intrekking van het klaagschrift door klager.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift wegens vervallen belang door eerdere beslissing en intrekking.