ECLI:NL:GHAMS:2018:2298

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 juni 2018
Publicatiedatum
6 juli 2018
Zaaknummer
001489-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift inzake teruggave inbeslaggenomen geldbedrag

Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv met het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van €3.477,55, dat in een strafzaak tegen hem was betrokken. Dit klaagschrift werd behandeld door het Gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2018.

Klager was eerder door de politierechter veroordeeld wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Bij dat vonnis was de teruggave van het geldbedrag aan klager gelast. Tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld. Tijdens de behandeling van het klaagschrift gaf klagers advocaat aan dat klager het klaagschrift niet wenste te handhaven, omdat het hof reeds in het hoger beroep een beslissing over het geldbedrag zou nemen.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van klager in zijn klaagschrift, omdat klager geen belang meer had bij voortzetting. Het hof volgde dit en verklaarde klager niet-ontvankelijk, aangezien het belang bij het klaagschrift was komen te vervallen door de beslissing in het hoger beroep en de intrekking van het klaagschrift door klager.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift wegens vervallen belang door eerdere beslissing en intrekking.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling strafrecht
AV-nummer: 001489-17
Parketnummer: 23-002998-17
Uitspraak d.d.: 28 juni 2018
Beschikking van de meervoudige kamer op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1971,
adres: [adres].

Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot het geven van een last tot teruggave aan klager van het in de strafzaak met parketnummer 23-002998-17 onder klager in beslag genomen geldbedrag van € 3.477,55.
Het klaagschrift is behandeld op de openbare raadkamer van het hof op 14 juni 2018.

Procesgang

Het hof heeft kennis genomen van het procesdossier in de strafzaak met parketnummer 23-002998-17 en van het onderhavige klaagschrift.
Klager is op 21 augustus 2017 door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeeld ter zake van, kort gezegd, het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Bij dat vonnis heeft de politierechter de teruggave van voornoemd geldbedrag aan klager gelast.
Tegen dit vonnis is namens klager op 21 augustus 2017 hoger beroep ingesteld.

Beoordeling

Klager is, bijgestaan door zijn advocaat, ter zitting van 14 juni 2018 gehoord. De advocaat heeft ter zitting aangevoerd dat klager zijn klaagschrift niet wenst te handhaven, nu hij daar geen belang meer bij heeft aangezien het hof een beslissing over voornoemd geldbedrag zal nemen bij het in de bovengenoemde strafzaak tegen klager te wijzen arrest.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van klager in zijn klaagschrift, nu klager heeft aangegeven bij voortgezette behandeling van het klaagschrift geen belang meer te hebben.
Het hof is van oordeel dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn beklag, nu het hof bij arrest van heden in de strafzaak tegen de verdachte onder parketnummer 23-002998-17 reeds een beslissing over het voornoemde inbeslaggenomen geldbedrag heeft genomen, in die zin dat het geldbedrag aan de klager zal worden teruggegeven, zoals verzocht, en klager heeft medegedeeld dat het klaagschrift als ingetrokken kan worden beschouwd. Hierdoor is het belang van klager bij een beslissing op het klaagschrift komen te vervallen.
Het hof zal klager daarom niet-ontvankelijk verklaren in het beklag.

Beslissing

Het hof:
Verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beschikking is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E. Kleene-Krom, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van A.D. Renshof, griffier, en is uitgesproken op de openbare raadkamer van dit gerechtshof van 28 juni 2018.