Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Aanvullende bewijsmotivering
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter Amsterdam van 18 mei 2017 bevestigd, behalve de strafoplegging die het hof vernietigde en verving door een gevangenisstraf van twee weken. De verdachte werd verdacht van diefstal van een jas uit een café in Amsterdam.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet wist dat de jas niet van een medeverdachte was en dat hij deze had aangereikt gekregen. Het hof oordeelde echter dat dit verweer niet aannemelijk was, omdat de medeverdachte geen jas bij zich droeg bij aankomst en de verdachte dus niet kon denken dat de jas van hem was.
Op basis van het proces-verbaal en de waarnemingen van de verbalisanten achtte het hof het opzet op wederrechtelijke toe-eigening bewezen. De rechtbank had een geldboete opgelegd, maar het hof vond deze straf onvoldoende gelet op de ernst van het feit en de maatschappelijke impact van dergelijke vermogensdelicten in de Amsterdamse binnenstad.
Daarom legde het hof een gevangenisstraf van twee weken op, met inachtneming van de omstandigheden van de verdachte en de ernst van het feit. Het vonnis werd verder bevestigd.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens diefstal van een jas met bewezen opzet op wederrechtelijke toe-eigening.