ECLI:NL:GHAMS:2018:2123
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verboden leeftijdsdiscriminatie bij voortgezette pensioenopbouw tot 62 jaar voor gewezen werknemers met ontslaguitkering
Het geschil betreft de vraag of de leeftijdsgrens van 62 jaar voor voortgezette pensioenopbouw voor gewezen werknemers met een ontslag- of werkloosheidsuitkering een verboden leeftijdsdiscriminatie oplevert. ABP stelt dat deze regeling objectief gerechtvaardigd is en gebaseerd op afspraken tussen sociale partners om een evenwichtige pensioenregeling te waarborgen.
De vakbonden VBM en NPB betwisten dit en verwijzen naar een oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat de regeling verboden onderscheid maakt. Het Hof overweegt dat het College een onjuiste maatstaf hanteert en dat alle gewezen werknemers met een ontslaguitkering in de jaren 2012-2014 recht hadden op voortgezette pensioenopbouw tot 62 jaar, waardoor geen ongelijke behandeling van gelijke gevallen bestaat.
Zelfs als er sprake zou zijn van onderscheid, is dat volgens het Hof objectief gerechtvaardigd vanwege het legitieme doel om te voorkomen dat onvrijwillig werkloze werknemers gunstiger worden behandeld dan werknemers die vrijwillig vervroegd uittreden. Het Hof wijst de vorderingen van ABP toe en veroordeelt VBM en NPB in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof verklaart dat ABP geen verboden leeftijdsdiscriminatie maakt door de pensioenopbouw te beperken tot 62 jaar voor gewezen werknemers met een ontslaguitkering.