ECLI:NL:GHAMS:2018:2086

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 juni 2018
Publicatiedatum
26 juni 2018
Zaaknummer
23-004095-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsvordering wegens diefstal met geweld in vereniging

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 26 juni 2018 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 november 2017, waarin de veroordeelde werd verplicht tot betaling van een bedrag van €877,75 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde was eerder veroordeeld voor diefstal met geweld in vereniging. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, maar stelt dat de ontnemingsvordering moet worden gebaseerd op het arrest van het gerechtshof in de strafzaak van dezelfde datum.

Tijdens de terechtzitting op 12 juni 2018 is het onderzoek verricht en zijn de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging gehoord. Het hof heeft de vordering van het openbaar ministerie gevolgd en de ontnemingsvordering hoofdelijk toegewezen.

De uitspraak bevestigt de verplichting van de veroordeelde tot betaling van €877,75 aan de Staat, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de gepleegde diefstal met geweld in vereniging.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de ontnemingsvordering van €877,75 tegen de veroordeelde wegens diefstal met geweld in vereniging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004095-17
datum uitspraak: 26 juni 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 november 2017 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-871624-14 tegen de veroordeelde
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan.

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 877,75.
Voorts heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 10 november 2017 in de ontnemingszaak de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 877,75 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Namens de veroordeelde is hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 juni 2018 veroordeeld ter zake van
-kort gezegd- diefstal met geweld in vereniging.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat in plaats van het vonnis van de rechtbank van 10 november 2017 in de strafzaak, het arrest van het gerechtshof van 26 juni 2018 in de strafzaak aan de verplichting tot ontneming ten grondslag ligt.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigthet vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. M. Senden en mr. S.M.M. Bordenga, in tegenwoordigheid van mr. T. Kaandorp, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 juni 2018.
[…]