ECLI:NL:GHAMS:2018:2008
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijzigt tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie en omzetting naar werkstraf
De zaak betreft een vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke jeugddetentie die was opgelegd bij arrest van 10 mei 2016. De veroordeelde was veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie en een jeugddetentie van 182 dagen, waarvan een deel niet ten uitvoer zou worden gelegd tenzij de veroordeelde zich schuldig zou maken aan een nieuw strafbaar feit of de bijzondere voorwaarden niet zou naleven.
Na eerdere afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in maart 2017, waarbij de meldplicht werd gewijzigd van DJGB naar Reclassering Nederland, bleek uit een brief van de reclassering dat de veroordeelde herhaaldelijk afspraken niet was nagekomen. De advocaat-generaal vorderde daarom opnieuw tenuitvoerlegging.
Tijdens de zitting van 31 mei 2018 betuigde de veroordeelde spijt en gaf hij aan dat hij destijds last had van sterke sombere gevoelens, maar inmiddels gemotiveerd is en fulltime werkt. Het hof erkent de moeilijkheden maar oordeelt dat de veroordeelde meer had kunnen doen om contact te onderhouden en hulp in te schakelen. Het hof wijst de vordering gedeeltelijk toe, vervangt 30 dagen jeugddetentie door 60 uren werkstraf subsidiair 30 dagen jeugddetentie, en wijst de rest af, rekening houdend met de positieve ontwikkelingen en het risico dat detentie deze zou ondermijnen.
Uitkomst: Het hof wijst gedeeltelijk de vordering tot tenuitvoerlegging toe en zet 30 dagen jeugddetentie om in 60 uren werkstraf subsidiair 30 dagen jeugddetentie.