ECLI:NL:GHAMS:2018:2005
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname samenscholing en bedreiging op kermis
In hoger beroep is de verdachte verdacht van deelname aan een samenscholing en het uiten van bedreigende taal op een openbare plaats tijdens een kermis in Heerhugowaard op 13 juni 2016. De tenlastelegging betrof het uiten van dreigende uitspraken zoals 'Ik ben 't zat, ik steek 'm neer' en 'ik sla 'm neer'.
De rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen waartegen hoger beroep werd ingesteld. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 31 mei 2018 heeft het hof het dossier en de pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte bestudeerd.
Het hof oordeelt dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken. Het eerdere vonnis wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van deelname aan samenscholing en bedreiging.